Iedereen verlangt naar verbinding, en soms is dit verlangen zo groot dat we onderweg onszelf verliezen. In zijn boek De mythe van normaal laat Gabor Maté zien hoe dat gebeurt en hoe we onze authenticiteit kunnen hervinden. In deze blogpost onderzoek ik hoe de denkbeelden van Gabor Maté en het gedachtegoed van Marshall Rosenberg (de bedenker van Geweldloze Communicatie) op elkaar aansluiten.
De prijs van normaal
We gebruiken het woord normaal alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Een neutrale maatstaf waarover we het als vanzelfsprekend allemaal eens zijn. In werkelijkheid is normaal vaak een sociale construct: wat de meerderheid doet of verwacht, wordt de norm zelfs als het ons welzijn schaadt.
In onze cultuur wordt normaal doorgaans gelijkgesteld aan blijven functioneren. We vinden het normaal om te blijven presteren en door te gaan, ook als je lichaam signalen geeft dat het genoeg is. We vinden het normaal om emoties in te slikken om niet “lastig” te zijn en om te voldoen aan verwachtingen van anderen in plaats van trouw te zijn aan jezelf.
Als we dit doen lijken we op het eerste gezicht dan misschien normaal, gezond en succesvol, maar de keerzijde is groot. Chronische stress, burn-out, depressie en lichamelijke ziekten zijn geen individuele problemen. Het zijn signalen van een systeem waarin aanpassing belangrijker is dan authenticiteit.
Arts en trauma-expert Gabor Maté noemt dit de mythe van normaal: we zijn collectief gaan geloven dat het onderdrukken van emoties en het negeren van onze eigen behoeften onderdeel zijn van een gewoon en gezond leven. Terwijl juist dat proces ons ziek maakt.
Het fundamentele conflict: hechting versus authenticiteit
We hebben als mens twee basisbehoeften:
– Hechting: de verbondenheid met anderen, essentieel voor ons overleven en
– Authenticiteit: trouw blijven aan wie we werkelijk zijn, inclusief onze gevoelens en grenzen.
Wanneer deze behoeften botsen, kiezen we als kind bijna altijd voor hechting. Want zonder verbinding met anderen is er geen veiligheid. Op deze manier leren we al op jonge leeftijd om onszelf niet serieus te nemen, onze gevoelens te onderdrukken en onze grenzen te overschrijden.
Een kind dat leert dat boosheid of verdriet ongewenst is, ontwikkelt strategieën om liefde en veiligheid te behouden. Denk aan: pleasen (altijd de ander tevreden stellen), perfectionisme (alles foutloos doen om afwijzing te vermijden) of emotionele afsluiting (gevoelens wegdrukken om pijn niet te hoeven voelen). Op volwassen leeftijd leidt dat tot een gevoel van leegte en vervreemding. We “functioneren” misschien goed, maar voelen ons afgesneden van onszelf.
Depressie als signaal, niet als stoornis
De strategieën die ons helpen te overleven in onze kindertijd eisen op lange termijn hun tol in ons verdere leven. Veel volwassenen zijn vervreemd geraakt van hun innerlijke wereld en ervaren vermoeidheid, psychische of lichamelijke klachten zonder te begrijpen waar die vandaan komen. We plakken dan labels op de klachten zoals depressie, ADHD, ADD of burn-out en proberen ze te lijf te gaan met medicatie. En hoewel dat soms goed werkt om de symptomen te bestrijden, houden we de onderliggende oorzaken in onszelf en de maatschappij in stand.
In onze samenleving zien we depressie (en andere gezondheidsklachten) vaak als een individueel probleem: een afwijking of ziekte die opgelost moet worden. Gabor Maté benadrukt juist dat depressie vaak een logische, ‘normale’ reactie is op een ongezonde samenleving. Het is een signaal dat iemand te lang gescheiden is geraakt van zijn gevoelens en behoeften. Vanuit dat perspectief is depressie geen teken van zwakte, maar een oproep tot herstel van verbinding – met jezelf én met anderen.
Geweldloze communicatie als hulpmiddel
Op dit punt raakt de visie van Gabor Maté aan die van Marshall Rosenberg, grondlegger van Geweldloze Communicatie (GC). Rosenberg stelt dat geweld in onze taal, ons denken en ons handelen ontstaat wanneer we de verbinding met onze gevoelens en behoeften verliezen. Geweldloze Communicatie biedt een diepgaand en tegelijk praktisch proces om opnieuw verbinding te maken, zowel met onszelf als met anderen. Het leert ons onderscheid te maken tussen de waarneming: wat er feitelijk gebeurt, het gevoel wat dat bij ons oproept en de behoeften waar deze gevoelens mee verbonden zijn. Met deze helderheid kunnen we vervolgens gaan kijken naar strategieën die ons kunnen helpen om aan deze behoeften tegemoed te komen (verzoeken aan onszelf of anderen), en de systemen en structuren om ons heen te veranderen.
Zelfcompassie als sleutel tot heling
Zowel Maté als Rosenberg benadrukken dat heling begint met zelfcompassie. In plaats van onszelf te straffen voor “falen”, mogen we met mildheid kijken naar onze strategieën. Elke gewoonte, hoe destructief ook, heeft ooit een beschermende functie gehad.
Vragen die daarbij helpen zijn: Wat probeerde ik te beschermen met dit gedrag? Waar deed het pijn? Wat had ik eigenlijk nodig? Door met compassie naar onszelf te kijken, ontstaat ruimte om oude patronen los te laten en onze authenticiteit stap voor stap te hervinden.
Naar een nieuw normaal
Als we de inzichten van Gabor Maté en Marshall Rosenberg serieus nemen, is het tijd om onze definitie van normaal te herschrijven. Normaal is niet: je emoties wegstoppen om maar door te kunnen. Normaal is ook niet: jezelf uitputten om te voldoen aan verwachtingen. En normaal is niet: authenticiteit opofferen voor schijnbare harmonie.
Een nieuw normaal zou mogen betekenen: bewust leven in verbinding met je gevoelens. Communiceren vanuit eerlijkheid én empathie en de moed hebben om trouw te zijn aan jezelf. Met het bewustzijn van onze onderliggende wonden (Maté) en de tools van Geweldloze Communicatie (Rosenberg) ontstaat een pad naar heelheid. Een pad waarop we niet langer alleen maar overleven, maar werkelijk kunnen leven – in verbinding met onszelf én met elkaar.
