Ieder jaar verschijnen er berichten dat het aantal superrijken wereldwijd en in Nederland toeneemt, en dat ze steeds rijker worden. Maar wie zijn dat eigenlijk? En zijn wij in Nederland in relatieve termen niet allemaal rijk?
Als we willen bouwen aan een wereld van gelijkwaardigheid en zorg voor de planeet, kunnen we niet blijven denken binnen de kaders van het huidige systeem dat ongelijkheid en uitputting heeft gecreëerd. Het vraagt om een ander bewustzijn, en om het durven zien van wat vaak onzichtbaar blijft: de stille, allesbepalende invloed van grote bedrijven, de superrijken én om onze eigen plaats in de wereld. Hoe verhouden we ons daartoe? Waar ligt onze eigen invloed?
Winners Take All
Toen ik het boek Winners Take All van Anand Giridharadas las, werd ik geraakt door zijn scherpe analyse van een paradoxale werkelijkheid. Degenen die de afgelopen decennia het meest hebben geprofiteerd van het wereldwijde economische systeem, presenteren zich als de redders ervan. Het boek nodigt uit tot reflectie over macht, onze eigen verantwoordelijkheid en de grenzen van goede bedoelingen.
Anand Giridharadas kent de wereld van invloed en rijkdom van binnenuit. Hij werkte bij McKinsey, schreef voor The New York Times en was fellow bij de Aspen Foundation, een organisatie die rijke filantropen helpt hun vermogen ‘maatschappelijk betekenisvol’ te besteden. Vanuit dat perspectief stelt hij de ongemakkelijke vraag: kunnen we werkelijk vertrouwen op degenen die het meeste voordeel hebben behaald uit een oneerlijk systeem om datzelfde systeem rechtvaardiger te maken?
In Winners Take All neemt Giridharadas ons mee in achter de schermen van de instanties en bijeenkomsten waar de rijken en machtigen der aarde op elke mogelijke manier zeggen te strijden voor gelijkheid en rechtvaardigheid, behalve op manieren die hun positie of de sociale orde aan de top bedreigen. Ze profileren zich als redders van de armen, belonen rijkelijk ‘change leaders’ die ‘verandering’ herdefiniëren op manieren die de status quo in stand houden, en er naar streven om meer goed te doen, maar zelden om minder kwaad te doen.
Zoals Russische oligarchen via nauwe banden met politieke macht grote invloed uitoefenen en hun belangen veiligstellen, sturen ook de superrijken in het Westen achter de coulissen welke maatschappelijke richtingen en beleidskeuzes er worden gemaakt. Het verschil is dat zij dat subtieler doen, via filantropie, lobbywerk en technologische innovatie, waardoor hun macht veelal onzichtbaar blijft voor het grote publiek. Systemische ongelijkheid en concentratie van macht kent geen geografische of politieke grenzen. Het zit ingebakken in de dominante economische en sociale systemen.
Macht en rijkdom in Nederland en Europa
Niet alleen in de VS, China of Rusland zien we een concentratie van rijkdom en invloed. Ook Nederlandse en Europese multinationals en superrijken gebruiken fiscale constructies en belastingparadijzen om een groot deel van hun vermogen buiten het publieke toezicht te houden. Filantropie en stichtingen worden ingezet om maatschappelijke problemen aan te pakken, maar nooit op manieren die hun eigen belangen of privileges in gevaar brengen.
Door lobbywerk en politieke invloed beïnvloeden deze elites beleidskeuzes die gunstig zijn voor hun eigen positie, terwijl publieke instituties zoals hulporganisaties, gemeenten, zorginstellingen en sociale voorzieningen steeds meer onder druk staan. Achter de schermen bepalen zij welke veranderingen haalbaar zijn, en welke problemen grotendeels buiten zicht blijven. Deze dynamiek laat zien dat ongelijkheid en concentratie van macht zijn ingebed het globale kapitalistische systeem.
Filantropie als ondemocratische machtsuitoefening
Filantropie lijkt een vorm van gulheid, maar is vaak een manier om de controle te behouden over hoe verandering plaatsvindt. Zoals Giridharadas zegt: rijke mensen geven liever tien miljoen aan hun eigen stichting dan vijf miljoen aan belasting. Daarmee houden ze niet alleen invloed over de bestemming van hun geld, maar ontlopen ze ook de collectieve verantwoordelijkheid die via belastingen hoort te worden gedeeld.
Historicus Rutger Bregman bracht die spanning scherp onder woorden in Davos: “Belastingen, belastingen, en de rest is bijzaak.” Een ongemakkelijke waarheid, want belasting is uiteindelijk de meest democratische vorm van solidariteit die we kennen. Publieke middelen worden wereldwijd uitgehold, terwijl de rijken via stichtingen en lobby’s steeds meer zeggenschap krijgen over waar het geld wél naartoe gaat. Zo ontstaat een schijn van rechtvaardigheid die in werkelijkheid ongelijkheid bestendigt.
Giridharadas stelt terecht de vraag: waarom zouden onze ernstigste maatschappelijke problemen moeten worden opgelost door een niet-gekozen bovenlaag, dezelfde mensen die de publieke instellingen uithollen via belastingontwijking en politieke invloed? Zijn antwoord is helder: in plaats van te vertrouwen op de kruimels van de winnaars, moeten we het democratische, soms trage, maar wezenlijke werk doen van het versterken van onze collectieve instituties. Dat is de enige duurzame weg naar echte gelijkheid.
De illusie van vooruitgang
Onder het mom van innovatie en vrijheid worden technologische ‘oplossingen’ gepresenteerd die vaak meer kwaad dan goed doen. Bedrijven als Meta, Uber, AirBnB en Amazon beloofden vrijheid en efficiëntie, maar hebben wereldwijd bijgedragen aan onzeker werk, ontwrichte binnensteden en een cultuur van constante prestatiedruk. Sociale media, bedoeld om te verbinden, vergroten gevoelens van stress, polarisatie en onrust.
De nieuwe helden van de technologie, miljardairs als Mark Zuckerberg, Jeff Bezos en Elon Musk, profileren zich als redders van de mensheid. Maar terwijl ze miljarden investeren in AI, ruimtereizen en elektrische auto’s, blijven de sociale en ecologische kosten van hun ondernemingen grotendeels buiten beeld. Hun ‘goed doen’ lijkt vooral bedoeld om moreel krediet op te bouwen binnen het systeem dat hun macht mogelijk maakt.
Onder de supperrijken zijn er ook die zich inzetten voor een eerlijker belastingstelsel. Voorbeelden zijn de Patriotic Millionaires en de Australische Marlene Engelhorn die campage voeren met de slogan Tax the rich. Ook Bill Gates, Warren Buffett, George Soros en Eli Broad pleiten voor een vorm belasting die zou moeten worden geheven op vermogen. Tot substantiële veranderingen heeft het nog niet geleid.
Onze eigen verantwoordelijkheid
Toch zou het te gemakkelijk zijn om enkel naar de superrijken te wijzen. Wie in het Westen leeft, behoort in wereldwijde termen al snel tot de rijkste tien procent van de mensheid. Wij profiteren van dezelfde structuren die ongelijkheid, uitbuiting en ecologische schade veroorzaken. Onze levensstijl, met overvloedig voedsel, vliegreizen, energieverbruik, digitale infrastructuur en consumptiegoederen, vraagt vele malen meer van de aarde dan zij duurzaam kan dragen.
Dat besef doet pijn, maar het opent ook ruimte voor verantwoordelijkheid. Want als we erkennen dat wij, relatief gezien, óók deel uitmaken van het systeem van overvloed en overheersing, kunnen we beginnen te veranderen. Niet vanuit schuld, maar vanuit bewustzijn. Door eenvoud te omarmen waar overvloed de norm is geworden. Door te vragen: wat heb ik werkelijk nodig? Hoe kan mijn leven bijdragen aan herstel in plaats van uitputting?
Verandering begint niet bij de elite, maar bij het vermogen van ieder van ons om onze waarden te vertalen in keuzes, in hoe we kopen, werken, reizen, stemmen en samenleven. Zo wordt bewustzijn zelf een daad van verzet tegen een systeem dat afhankelijk is van onbewustheid.
Het dominantiesysteem herkennen
Wanneer we het systeem beginnen te herkennen, kunnen we ook de keuze maken om eruit te stappen individueel én collectief. Niet door strijd, maar door bewustzijn: door te handelen vanuit waarden als gelijkwaardigheid, zorg, transparantie en verbinding. Zo wordt verandering niet iets wat ‘de rijken’ moeten doen, maar een beweging waarin wij allemaal betrokken zijn. Dan kan ‘goed doen’ weer iets worden wat van ons allemaal is.
De macht van de superrijken is vaak onzichtbaar, verweven in de structuren van economie, media en cultuur. Zodra we die dynamiek gaan zien én onze eigen rol daarin erkennen ontstaat er keuzevrijheid. We kunnen immers onze waarden, systemen en gewoonten zelf vormgeven. Geweldloze communicatie en Mindfulness kunnen bijdragen aan het ontdekken waar onze waarden en behoeften liggen, en ons helpen om bewuste keuzes te maken op dagelijkse basis. Echte verandering begint niet met het wachten op de zogenaamde filantropische redders, maar met het herontdekken van wat collectief eigenaarschap, solidariteit en bewust handelen werkelijk betekenen, en welke invloed wij daar zelf op hebben in onze dagelijkse keuzes.
